Search

Nationaal verbod varend ontgassen wel degelijk mogelijk

Nationaal verbod varend ontgassen wel degelijk mogelijk

Na het vervoer van gevaarlijke stoffen (benzine, ethanol enzovoort) moeten binnenvaartschepen vaak hun ladingtanks ontgassen om explosiegevaar en contaminatie van de volgende lading te voorkomen. Dit ontgassen gebeurt ofwel bij een ontgassingsinstallatie of tijdens de vaart naar de volgende lading. Dit laatste wordt ook wel ‘varend ontgassen’ genoemd.

Dit varend ontgassen brengt grote milieuschade en veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor bemanningsleden, schepen en burgers met zich mee. Sinds 2006 is het daarom verboden om benzine en (in Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Utrecht) benzeen varend te ontgassen. Maar voor veel andere stoffen is het dus nog altijd toegestaan om op bepaalde binnenwateren varend te ontgassen, mits daarbij aan ADN-voorwaarden voldaan is.

Het CDNI-amendement

Nederland staat in dit opzicht meer toe dan buurlanden België en Duitsland. Daarom varen veel schepen uit deze landen naar of via Nederland, zodat ze hier hun ladingtanks varend kunnen ontgassen. Om deze asymmetrische wetgeving recht te trekken hebben Duitsland, Nederland, België, Zwitserland en Frankrijk in 2017 afgesproken dat er een veel verstrekkender verbod op varend ontgassen moet komen.

Deze landen hebben afgesproken dit verbod te verankeren in het Scheepsafvalstoffenverdrag (CDNI). Met een CDNI-amendement zal stapsgewijs het varend ontgassen van onder andere ruwe aardolie, methanol en aceton verboden worden.

Op dit moment hebben Frankrijk en Zwitserland de ratificatieprocedure echter nog niet afgerond en omdat het CDNI-amendement pas 6 maanden na de laatste ratificatie in werking treedt is nog altijd onduidelijk wanneer dit verbod in werking zal treden. Het Ministerie stelt daarbij dat, zolang dit amendement niet van kracht is, Nederland internationaalrechtelijk geen eenzijdige wetgeving mag maken om varend ontgassen te verbieden.

Op 20 januari 2023 verscheen echter het rapport Floating Degassing in The Netherlands, geschreven door twee onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hierin concluderen zij, tegen het ingenomen standpunt van de regering in, dat noch het ADN-verdrag, noch het CDNI-verdrag aan de weg staan van een nationaal verbod. Sterker nog, zij beredeneren dat op basis van universele mensenrechten en het Urgenda-arrest de Nederlandse staat zelfs een positieve verplichting heeft om in actie te komen.

Praktische belemmeringen

Daarmee lijkt de weg vrij voor een nationaal verbod. De vraag is echter hoe effectief een dergelijk verbod in de praktijk zal zijn. Om te beginnen heeft Nederland op dit moment namelijk maar één ontgassingsinstallatie, in Moerdijk. Het is onwaarschijnlijk dat deze installatie in staat is om aan de vraag te voldoen die bij een nationaal verbod zou ontstaan. Daarnaast is het in de praktijk lastig te bewijzen dat een schip varend ontgast heeft, waardoor het handhaven van een dergelijk verbod eveneens lastig zou worden.

Desalniettemin lijkt er wel schot in de zaak te komen. Een ontheffing voor de bouw van een nieuwe ontgassingsinstallatie in de Amsterdamse haven is reeds verstrekt. Bovendien meldt Rob Leussink (Koninklijke Binnenvaart Nederland) de Scheepvaartkracht dat hij het belang van spoedige vergunningsverlening voor installaties bij Minister Harbers zal benadrukken.

In de tussentijd noemt Leussink een tweetal tijdelijke oplossingen voor het ontgassingsprobleem: ontgassen via een dampverwerkingsinstallatie en dedicated varen met een enkele ladingsoort. In dat laatste geval zou ontgassen namelijk überhaupt niet nodig zijn. Tot dat zover is, ligt de bal bij Minister Harbers.

Verder lezen:

 

Erik Klinkhamer

Bekijk alle posts over:

Ga naar de inhoud