Search

Retentierecht op schepen: recept voor impasse?

Retentierecht op schepen: recept voor impasse?

Wanneer een rekening voor reparatiewerkzaamheden onbetaald blijft, kan de schuldeiser onder omstandigheden een bijzonder drukmiddel gebruiken om alsnog betaling af te dwingen: het retentierecht. Hoewel sommigen bekend zullen zijn met dit recht, kan het in het geval van scheepsreparaties nog wel eens voor verrassingen zorgen. Op welke manier, zal worden uitgelegd in dit blog.

De twee aspecten van het retentierecht

Het retentierecht kent twee aspecten. Ten eerste houdt het retentierecht in dat de schuldeiser mag weigeren om zaak die hij onder zich heeft af te geven aan schuldenaar. Dit geldt ook als de schuldenaar de eigenaar van de zaak is en vormt zodoende een uitzondering op het revindicatierecht dat de eigenaar normaliter toekomt. Het retentierecht kan, zoals gezegd, van pas komen indien de rekening voor reparatiewerkzaamheden onbetaald blijft. In zo’n situatie kan de reparateur weigeren de zaak af te geven totdat de eigenaar netjes betaald heeft.

Naast het recht om afgifte van de zaak te weigeren, vermeldt artikel 3:292 van het Burgerlijk Wetboek nog een tweede aspect van het retentierecht: “De schuldeiser kan zijn vordering op de zaak verhalen met voorrang boven allen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen.” Kort gezegd stelt dit artikel dat een schuldeiser met retentierecht op een zaak deze zaak mag verkopen en de opbrengst mag gebruiken om zijn eigen vordering met voorrang te voldoen.

Deze voorrang gaat zelfs zo ver, dat de schuldeiser in een dergelijk geval zijn vordering boven die van een eventuele pand- of hypotheekhouder mag voldoen. Dit geldt eveneens in het geval dat de schuldenaar failliet is verklaard: de opbrengst van de verkochte zaak mag dan door de schuldeiser gebruikt worden om eerst zijn eigen vordering te voldoen, waarna pas het overschot naar de faillissementsboedel zou stromen.

Het retentierecht op schepen

Het retentierecht kent dus twee aspecten. Het eerste betreft de mogelijkheid om afgifte van een zaak te weigeren, het tweede betreft de voorrang die de vordering van de schuldeiser heeft boven andere vorderingen. Hoewel beide aspecten in het algemeen van toepassing zijn, ligt dit bij schepen iets ingewikkelder.

Dat zit als volgt. Artikel 8:210a van het Burgerlijk Wetboek stelt het tweede aspect (art. 3:292 BW) buiten werking. In het geval van retentierecht op schepen heeft de onderliggende vordering geen voorrang op andere voorrechten, zoals hypotheek. Het eerste aspect van het retentierecht is echter wel van toepassing op schepen, zoals het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in zijn uitspraak van 16 juni 2015 verduidelijkte (ECLI:NL:GHSHE:2015:2192). Een schuldeiser kan dus wel weigeren om een schip af te geven, maar mag zijn vordering niet met voorrang op het schip verhalen.

De reden voor deze afwijking heeft te maken met het Geneefse verdrag inzake de inschrijving van binnenschepen uit 1965. Het eerste protocol van dit verdrag bepaalt namelijk dat er slechts een beperkt aantal voorrechten op binnenschepen toegestaan zijn. Onder de toegestane voorrechten vallen bijvoorbeeld het recht op vruchtgebruik en het hypotheekrecht. Het retentierecht wordt echter niet erkend.

Het gevaar voor impasse

Hoewel beide aspecten van het retentierecht ogenschijnlijk losstaan van elkaar, en de uitschakeling van het tweede aspect voor schepen dus op het eerste gezicht onproblematisch lijkt, kan dit in de praktijk moeilijkheden oproepen. Gedacht kan worden aan de volgende casus, die vergelijkbaar is met de casus van de hierboven genoemde uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Stel dat een binnenvaartschip op een loods gerepareerd wordt, maar de rekening daarvan onbetaald blijft. De reparateur verkrijgt in zo’n geval een retentierecht op het schip en mag dus weigeren het af te geven totdat betaald is. Nu wordt de eigenaar van het schip echter failliet verklaard. De faillissementscurator wil daarop het schip voor een zo hoog mogelijke prijs verkopen om de concurrente schuldeisers uit te betalen.

In zo’n situatie dreigt echter een impasse. De curator zal niet tot verkoop overgaan zolang hij weet dat de reparateur afgifte van het schip kan weigeren, óók jegens de eventuele koper van het schip. Dit zal de prijs van het schip immers niet ten goede komen. Anderzijds zal de reparateur het schip niet zelf verkopen, aangezien zijn retentierecht geen voorrecht is (doordat art. 3:292 BW in het geval van schepen niet van toepassing is). Dit zou immers ten gevolg hebben dat de opbrengst terug zal vloeien naar de faillissementsboedel, de reparateur zijn retentierecht verliest en dus concurrente schuldeiser wordt.

De enige uitweg zou zijn het ‘lossen’ van het retentierecht door de curator, oftewel het betalen van de rekening zodat de reparateur zijn retentierecht verliest. Hiermee wordt de vordering van de reparateur dus eigenlijk weldegelijk met (indirecte) voorrang voldaan. De vraag is of de curator daar genoegen mee neemt.

Conclusie

Het retentierecht is een effectief drukmiddel om rekeningen betaald te krijgen. In het geval van schepen wijkt het retentierecht echter op een belangrijk aspect af van de hoofdregel: het retentierecht strekt niet tot voorrang. Hierdoor kunnen impasses ontstaan, waarbij geen enkele partij tot verkoop van het schip over zal gaan. In zo’n geval zullen schuldeiser en curator (of hypotheekhouder) beiden om tafel moeten om te onderhandelen over een oplossing.

Erik Klinkhamer

Bekijk alle posts over:

Ga naar de inhoud